Vragend keek ze me aan: “Hoe moet dat nu, Sanne?”
Ik wist het ook niet.
Ze maakt zich zo ontzettend zorgen. Om haar kleinkinderen, niet om zichzelf.
Zo is ze niet. Altijd aan het zorgen voor anderen.
Altijd voor anderen dingen aan het regelen.
Ze maakt zich zoveel zorgen, om haar kleinkinderen.
Want ze kent de onderzoeken.
Las de boeken. Sprak de mensen. En ze neemt ze serieus.
Echt serieus.
Klimaatverandering is voor haar geen “Ach ja we zien wel.”
Voor haar is het een nachtmerrie.
Om haar kleinkinderen.
Want: “Wat laten we achter? De ijskappen smelten, een wereld in de fik.”
“De wereld redt het wel, die overleefde de dinosaures ook” probeerde ik.
“Ja, maar dat is veelste laat, dat gaat over miljoenen jaren.”
Ik dacht ook aan haar kleinkinderen, nee die zouden die miljoen niet halen.
“Misschien moeten we maar focussen op onze eigen postzegel, onze tuin, ons dorp, onze gemeente. Doen wat wij kunnen.
Dat doorgeven, overdragen. Daar mensen bij betrekken. Ik weet het ook niet, maar wat ik wel weet is dat als we neerslachtig worden, in onszelf keren, gefrustreerd raken het ook niets opschiet.”
“Ja, zegt ze, dat moet dan maar. Maar ik word er wel heel erg moe van.” Knikt ze.
“Dat snap ik, maar weet je er komt een zonneveld in de gemeente. Een enorm veld voor zonne-energie waarvan 1/8 van de gemeente energie kan krijgen.”
“Echt? Is het er eindelijk door?”
“Jazeker, het is ze gelukt.”
Ze glimlacht opgelucht en knikt: “We gaan door en niet bij de pakken neer zitten, dit is geweldig nieuws. Echt ronduit geweldig”.
Hoe het verder moet? Ik weet het ook niet.
Maar dat dat geweldig nieuws is, dat weet ik wel.